De subsidies zijn zo goed als verdwenen. De vergoeding voor stroom die u terug op het net zet, is afgeschaft. En toch installeren Vlamingen massaler dan ooit zonnepanelen. Hoe kan dat?
Vlaanderen telt intussen meer dan 800.000 zonnepaneelinstallaties, met een jaarlijkse groei van 20 tot 25%. Op het eerste gezicht is dat vreemd: de vroegere Vlaamse premie voor particulieren is stopgezet, en sinds 1 april 2026 is het systeem van saldering definitief afgeschaft. Wie zonnepanelen installeert, krijgt dus geen gratis compensatie meer voor elke kWh die op het net terugvloeit. Toch leggen mensen massaler panelen dan in de jaren dat de subsidies nog wél royaal waren.

De verklaring zit niet in subsidies, maar in twee tegengestelde bewegingen die elkaar versterken. Aan de ene kant zijn zonnepanelen zelf veel goedkoper geworden: een installatie van 8 panelen die in 2022 nog zo'n €5.683 kostte, komt in 2026 uit op ongeveer €4.300. Aan de andere kant blijven de elektriciteitsprijzen historisch hoog en onvoorspelbaar. Elke euro die u niet aan het net moet betalen omdat u uw eigen stroom opwekt, weegt dus zwaarder door dan een aantal jaar geleden.
Die twee factoren samen zorgen ervoor dat de terugverdientijd van een installatie in 2026 gemiddeld nog altijd 5 tot 7 jaar bedraagt, ondanks het wegvallen van de subsidies. Ter vergelijking: in 2020 was dat nog gemiddeld 9 jaar, mét subsidie.

Hier zit de eigenlijke verschuiving die weinigen expliciet uitleggen. Vroeger kon u dankzij de saldering evenveel stroom "terugkrijgen" als u overdag injecteerde, ongeacht wanneer u ze zelf verbruikte. Sinds de digitale meter en de afschaffing van de saldering is dat voorbij: elke kWh die u zelf verbruikt op het moment dat uw panelen ze opwekken, is nu veel meer waard dan een kWh die u aan het net verkoopt.
Concreet betekent dit dat het rendement van uw installatie tegenwoordig sterk afhangt van uw eigenverbruik. Veel gezinnen halen zonder aanpassingen al een eigenverbruik van ongeveer 30%. Door simpele gewoontes aan te passen, zoals de wasmachine of vaatwasser overdag laten draaien in plaats van 's avonds, kan dat oplopen tot 50 à 70%. Wie zonnepanelen combineert met een thuisbatterij of slim laadpunt voor de wagen, haalt daar nog een extra rendement uit.
Daarnaast speelt het capaciteitstarief mee: sinds de invoering van de digitale meter betaalt u ook een deel van uw netkosten op basis van uw piekverbruik. Voor 2026 komt dat gemiddeld neer op ongeveer €53 per kW per jaar. Zonnepanelen die uw piekverbruik van het net mee opvangen, kunnen dus ook op dat vlak besparen.

Vlaanderen bereikte intussen de mijlpaal van 8 gigawatt aan geïnstalleerd zonnepaneelvermogen, met recordproductie in de lente- en zomermaanden van 2026. Voor wie al panelen heeft, betekent deze evolutie vooral één ding: rendement is niet langer een kwestie van "hoeveel panelen liggen erop", maar van "hoe goed werkt de installatie nog, en hoe goed benut ik mijn eigen productie". Een paneel dat bedekt is met stof, mos of vogelpoep verliest daardoor niet enkel opbrengst in absolute zin, het kost u nu ook meer omdat u voor dat verlies effectief meer moet bijkopen aan de huidige, hoge elektriciteitsprijzen.
1. VEKA / Dutch New Energy Research: cijfers over geïnstalleerd zonnepaneelvermogen in Vlaanderen 2025-2026. Samengevat op: Solar Magazine: "Vlaanderen bereikt mijlpaal van 8 gigawatt"
2. Fluvius: informatie over de afschaffing van de saldering en het prosumententarief. Samengevat op: Selectra: "Prosumententarief in Vlaanderen"
3. Terugverdientijd en investeringskosten zonnepanelen 2026, samengevat op: Luminus: "Zijn zonnepanelen nog rendabel in 2026?"
Dit artikel is samengesteld op basis van publiek beschikbare energiesector-data en journalistieke bronnen. Cijfers over rendement en terugverdientijd zijn gemiddelden en kunnen individueel verschillen naargelang verbruik, oriëntatie en installatie.